onderzoeksagenda


Onderzoeksagenda


Een initiatief/manifest voor het ontwikkelen van ethiek in het onderwijs.

Auteur: Lourens Posthumus;
Bijdragen van : Jan Ruijgrok en Toon Vissers.
Datum: april 2017.

Inleiding.
Er is al een flink aantal jaren een beweging gaande voor een betere naleving van normen en waarden. Door de talloze affaires die zich hebben voorgedaan in zowel de publieke als de private sector is deze roep nog versterkt, in het bijzonder voor minder corruptie en meer transparantie en integriteit. Er is sindsdien een groot aantal initiatieven ontplooid om hieraan gehoor te geven, vooral op financieel en fiscaal terrein (belastingparadijzen, belastingontwijking en -ontduiking, witwassen), zowel op internationaal (VN, IBRD, OECD, EU.) als op nationaal gebied. Nederland wordt door gezaghebbende instanties als het derde belangrijkste belastingparadijs in de wereld aangemerkt en een geschatte tien percent van onze geld circulatie bestaat uit zwart of grijs geld. Inspanningen om deze ondeugdelijke situatie te corrigeren bestaan voor een groot deel uit informatie uitwisseling tussen landen, aangescherpte wetgeving, scherpere controles en strenger toezicht op het naleven van gedragscodes.

Dit zijn belangrijke ontwikkelingen in de goede richting, die voortgezet moeten worden. Ze hebben een voornamelijk repressieve functie, waarbij managers meer bezorgd zijn om met de wet en andere regels in aanvaring te komen dan een innerlijke overtuiging steeds transparant en integer te moeten handelen, de preventieve benadering.

Persoonlijke waarden en normbesef ontwikkelen zich via opvoeding en scholing, al dan niet gekleurd door kerk en geloof, met daarbij de aantekening dat deze twee laatst genoemden steeds minder gewichtig lijken te worden in dezen. Aangenomen dat er consensus bestaat over de wenselijkheid, c.q. noodzaak van meer aandacht voor morele vorming, lijkt ons hierin dus een cruciale rol te resten voor vooral gezin en onderwijs, en voor wat betreft met name het basis onderwijs, een en ander zo mogelijk in samenspraak met het gezin. Het onderwijs heeft immers al vormingselementen via bestaande curricula, zoals maatschappijwetenschap en religieuze lessen.

Burgerschapsvorming
Van de belangrijke rol van het onderwijs heeft de maatschappij zich al eerder rekenschap gegeven door de aanname, zo’n tien jaar geleden van de wet op de burgerschapsvorming. De Onderwijsraad heeft sindsdien diverse malen gewezen op het belang van verdergaande vorming in normen en waarden.

Een recent belangrijk evaluatierapport van de Onderwijsinspectie komt tot de conclusie dat, ondanks het formeel voldoen aan de wettelijke opdracht, de burgerschapsvorming in het onderwijs sterk te wensen overlaat. Het is aan de scholen om dat onderwijs zelf in te vullen, maar de invulling is vaak incidenteel, leraar-afhankelijk, wordt weinig gestuurd en kansen blijven onbenut. Het Rapport beveelt aan dat de overheid scholen duidelijk maakt wat ze moeten doen en dat via een planmatige aanpak. Er gaat dus meer werk gemaakt worden van de realisering van effectief burgerschapsonderwijs via gerichte schoolontwikkeling. In het proces dat moet leiden naar een nieuw effectief burgerschapscurriculum moet bepaald worden wat dat allemaal inhoudt. Zoals het rapport dat zelf aangeeft omvat dat ook morele vorming. En daar horen transparantie, integriteit en eerlijkheid helemaal bij. Het officiële proces voor het nieuwe curriculum moet nog starten. Dat geeft ons en andere belangstellenden een unieke gelegenheid invloed uit te oefenen op de ontwikkeling van dat curriculum. Het ligt dan ook in de bedoeling om in samenwerking met andere betrokkenen een effectief netwerk op te zetten om concrete aanbevelingen op te stellen. Hoe dit precies in zijn werk zal gaan, wordt, in afwachting van het netwerk, later uitgewerkt. Gedacht wordt eventueel aan het houden van een seminar of congres waar ideeën en voorstellen samengebracht en gesynthetiseerd kunnen worden als een stap in het ontwikkelingsproces.

We hebben het tot nu toe over de rol van burgerschapsvorming in het primair , speciaal en voortgezet onderwijs gesproken. Dat valt onder morele vorming in de brede zin van het woord. Er is natuurlijk ook opleiding nodig op hoger wetenschappelijk, universitair en professioneel niveau. Dat kan ten dele tot morele bewustwording en vorming behoren, maar zal in het algemeen meer gespecialiseerd onderwijs zijn op de diverse wetenschappelijke en professionele deelgebieden. Een belangrijk voorbeeld is bestuurskunde.

Werkgevers
Overheidswerkgevers hebben een belangrijke verantwoordelijkheid voor de integriteit van de overheid. De ambtenarenwet art. 125 en de gezamenlijk overeengekomen Basisnormen Integriteit Openbaar Bestuur en Politie vormen hierbij het uitgangspunt. Zo moeten er integriteitsbeleid worden ontwikkeld en vastgesteld, diverse regelingen en registers onderhouden, risicoanalyses worden uitgevoerd, en in de hele HRM-cyclus aandacht zijn voor integriteit: van werving en selectie, via het inventariseren van kwetsbare functies, tot het aanbieden van training en scholing. Voorheen BIOS (Bureau Integriteitsbevordering Openbare Sector) thans onderdeel van CAOP pleit hierbij voor een integrale aanpak, en heeft daartoe een infrastructuur voor integriteitsmanagement ontwikkeld.

Beroepsethiek voor de overheid.
Overheidswerkgevers moeten dus zorgen voor een werkomgeving waarin ambtenaren beroepsethiek kunnen leren, uitoefenen en levend houden. Maar beroepsethiek begint natuurlijk eerder. Het bouwt op de algemene morele vorming die kinderen krijgen. Ouders en opvoeders leggen het fundament. Zij leren kinderen wat gepast en ongepast is, aan welke morele regels zij zich moeten houden en hoe zij bijvoorbeeld respect, geduld, nieuwsgierigheid en medeleven kunnen uitoefenen.

Ook het onderwijs speelt een belangrijke rol. Uit onderzoek van Transparency International blijkt dat het onderwijs een belangrijk onderdeel is van het nationale integriteitssysteem. Op school maken kinderen zich een algemene moraal eigen. Zij leren omgaan met klasgenoten, en krijgen bij verschillende vakken meer inzicht in hun rol in de samenleving als burger. De school is een gemeenschap en een oefenplaats voor verschillende manieren van ‘zijn’: sociaal zijn, democratisch zijn, moreel zijn (Biesta).

In de laatste fase van hun onderwijs carrière worden studenten voorbereid op de arbeidsmarkt. Hier kunnen zij ook leren welke ethische aspecten hun toekomstig werk zal hebben, en hoe zij hier mee om moeten gaan. Aankomende ambtenaren zullen dus ook een ambtelijke beroepsethiek moeten ontwikkelen. De hoop is dat onderwijsprogramma’s bijdragen aan integriteit. Eerder onderzoek onder bedrijfskunde studenten vormt echter een aanwijzing dat er niet overal genoeg aandacht is voor beroepsethiek.

Het rapport “Beroepsethiek in het onderwijs: van bijzaak naar Bildung”.
Dit rapport concludeert dat er tijdens de opleiding onvoldoende aandacht wordt besteed aan een ambtelijke beroepsethiek. Men kan dus niet verwachten dat universitaire studenten bestuurskunde, waarvan 95% doorstroomt naar de publieke sector, ‘ethisch startbekwaam ’ zijn wanneer zij bij de overheid aan het werk gaan.

Centrale vraag.
De centrale vraag van de verkenning was of WO-opleidingen bestuurskunde in Nederland voldoende bijdragen aan de educatie van ambtelijke beroepsethiek. Dit werd onderzocht door na te gaan welke rol het hoger onderwijs speelt in het vormen van een nationaal integriteitssysteem, hoe kwalitatief beroepsethisch onderwijs eruit zou moeten zien en hoe er op dit moment vorm wordt gegeven aan de educatie van beroepsethiek bij universitaire bestuurskunde opleidingen. Om deze laatste vraag te beantwoorden is gesproken met universitair personeel dat (mede) verantwoordelijk is voor de inhoud van de bestuurskunde-opleidingen. Uit deze gesprekken bleek dat zij over het algemeen de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de opleiding erkennen, maar dat de ethische vorming binnen de opleiding vaak te impliciet, beperkt en theoretisch blijft. Dit is overeenkomstig een constatering in de Landenstudie Nationaal Integriteitssysteem (NIS) van Transparency , dat integriteit en anticorruptie onvoldoende expliciet besproken worden en geen deel uitmaken van de curricula in scholen en universiteiten(2012). NB: Er zit een ‘gat’ van 4 jaar tussen de gelijke constateringen van Transparency en het BIOS-rapport.

Lacune.
Maar een lacune in besef en vaardigheden rond moraliteit betreft niet alleen de publieke sector. Denk aan de verwikkelingen rond SNS Bank, Rabo Bank, KPMG, Woningcorporatie Vestia, Ordina, Fugro, Balast Nedam, Imtech, SBM Offshore…..Op 19 september jl. meldde het NOS journaal dat

Nederlandse bedrijven (Vitol, Trafigura) schadelijke stoffen als benzeen en zwavel mengen met fossiele brandstoffen. Hierdoor ontstaat een zogenaamde African Quality diesel, welke 378 maal zoveel zwavel bevat als is toegestaan in de EU. Het mag, maar deugt het ook? En wil je voor zo’n bedrijf werken? Wat maakt dat je dat wilt? Waarom wil je dat niet? Vorig jaar werd de Brit Tom Hayes tot veertien jaar gevangenisstraf veroordeeld voor het manipuleren van de zogeheten Liborrente. Naar aanleiding daarvan verscheen in de NRC ( 10-08-2015) een artikel van Teun van der Linden. Ik citeer : “ Interessant is de verdediging die Hayes voert. Hij betoogde dat hij zijn werk zo goed mogelijk wilde doen; dat hij transparant is geweest in zijn doen en laten en dat al zijn managers wisten waarmee hij bezig was. Hij was zich van geen kwaad bewust en beriep zich op het feit dat wat hij deed gangbaar was. Hayes zegt: “ Iedereen praat over eerlijkheid en oneerlijkheid en vraagt mij wat ik dacht en wat mijn gemoedstoestand was, maar weet je wat? Ik dacht niet na over de vraag of het goed of kwaad was wat ik deed. Mensen gaan naar hun werk met de trein , de fiets of hoe ze er ook komen. Ze zitten zich niet steeds af te vragen ‘Is wat ik doe eerlijk of oneerlijk?’ Ze doen gewoon hun werk.” Het zijn mensen waarover het gaat in Joris Luyendijk’s “Dit kan niet waar zijn.”

In 1951 publiceerde Hannah Arendt “The Origins of Totalitarianism”. Daarin stelde zij vast dat het belangrijkste kenmerk van totalitaire regimes is dat zij met terreur, angst en propaganda de pluraliteit van een volk proberen om te smeden tot één gelijkvormige en volgzame massa, zodat afzonderlijke individuen niet langer kritisch nadenken, geen verzet meer plegen en geen zelfstandig oordeel meer kunnen of durven vellen. Het had -mutatis mutandis- tekst van Joris Luyendijk over de city kunnen zijn in ‘Het kan niet waar zijn’. Een mens moet stevig in zijn schoenen staan om in zo’n wereld moreel overeind te kunnen blijven.

Dreiging door gebrek aan moreel denken.
Volgens van der Linden gaat er in onze tijd een grote dreiging uit van een gebrek aan moreel denken (..) Studenten moeten zo snel mogelijk klaar zijn voor de arbeidsmarkt(..) Tijd voor enige reflectie op het eigen handelen – laat staan voor bezinning op goed en kwaad in het algemeen – is er niet of wordt er niet voor genomen (..) Leerlingen komen binnen, we stoppen er dingen in en meten dan wat er uit komt (Biesta). De zaak Hayes illustreert dat in een economisch georiënteerde samenleving als de onze, waarin voornamelijk winst en efficiëntie worden nagestreefd, aandacht moet zijn voor het denken over goed en kwaad(.) Maar om de samenleving, ja om de beschaving gezond te houden moet dit wel worden beoefend.” In de visie van der Linden is hier niet alleen een taak voor onszelf als individu weggelegd, maar ook voor de politiek en de universiteit ( van der Linden is PhD-fellow aan de Universiteit Leiden!) en andere onderwijsinstellingen.

Bildung.
Op haar onderzoekssite verwijst Lenette Schuijt naar Hannah Arendt als die spreekt over wat het doel van het onderwijs hoort te zijn. En het sleutelwoord is Bildung. Daarbij gaat het niet alleen om het verwerven van algemene kennis, maar ook het ontwikkelen van vermogens tot moreel oordelen en kritisch denken. Ook attendeert Schuijt op een reeks essays over Bildung in het onderwijs, die in 2011 verscheen op verzoek van de Onderwijsraad. Dezelfde raad, die in een rapport ‘Stand van educatief Nederland 2013’ constateert… dat er te weinig visie is op wat het onderwijs leerlingen zou moeten bijbrengen en dat de aandacht de afgelopen periode te eenzijdig gericht was op meetbare doelen, zoals het verhogen van taal- en rekenprestaties. De raad pleit niet alleen voor meer aandacht voor algemene vorming en burgerschapsvorming, maar ook voor vakken als filosofie en cultuureducatie, waardoor er meer waardering komt voor creatieve vaardigheden en ‘culturele en morele sensitiviteit’(Hermsen, 2015) In hoofdstuk 9: gaat het over bevlogen docenten, iPadscholen en narratief onderwijs. Hermsen pleit daar voor narratief en empathisch onderwijs, dat helpt bij de bezinning op de culturele tradities die noodzakelijk zijn om op de toekomst voorbereid te zijn. In fd.weekend (29/10 j.l.) vindt zij een bondgenote in Annet Maris. Die stapte over van Mckinsey naar de businessschool INSEAD in Fontainebleau en leerde daar dat een spannend verhaal meer impact heeft dan de mooiste PowerPoint-grafiek. “Minder droge feiten, meer verhalen.” Ik attendeer nog een keer op Hermsen, en wel waar zij in ‘Kairos’ verwijst naar Martha Nussbaum. De mens- en geesteswetenschappen doen namelijk iets wat veel kostbaarder is dan economisch gewin, zo stelt Nussbaum vast: “ Ze maken de wereld tot een plek waar het leven de moeite waard is. En brengen mensen voort die in staat zijn om andere mensen te beschouwen als volledige mensen, met eigen gedachten en gevoelens die respect en inlevingsvermogen verdienen, en landen die in staat zijn om angst en argwaan te overwinnen en te kiezen voor een welwillend en redelijk debat.”

Toerusting van jonge mensen schiet te kort.
Er is geconstateerd dat de toerusting van jonge mensen ten aanzien van hun intrede in een professionele wereld en de ethische keuzes die daar gemaakt moeten worden, te kort schiet. Met het oog daarop wordt er gepleit voor Bildung. En dan? Voor ons is Bildung niet een doel, maar een weg . Wij pleiten voor Bildung als een weg naar het ontwikkelen en formuleren van een levensbeschouwing. Een antwoord kunnen geven op de vraag naar jouw persoonlijke levensbeschouwing. Ethiek gaat over gedrag. En dat gedrag wordt altijd gekleurd door dit levensbeschouwing, d.i. een opvatting omtrent het leven, zijn waarde en wezen, hoe het gevoerd moet worden (van Dale). Ethiek is een uiting vanlevensbeschouwing. Eerder kwam een artikel van Teun van der Linde ter sprake. In datzelfde artikel merkt hij op dat het hele verhaal van Tom Hayes hem doet denken ….” aan de omschrijving die de Duits-Amerikaans-Joodse filosofe Hannah Arendt eens aan het kwaad gegeven heeft. Het kwaad is niet altijd de rotte vrucht van een kwade genius, maar van iemand die niet nadenkt, iemand die niet in gesprek gaat met zichzelf, maar zonder nadere reflexie gewoon zijn werk doet.”

Om een en ander in een breder perspectief te plaatsen een citaat van Nobelprijswinnaar Imre Kertész: “In onze wereld lopen de grenzen niet zozeer tussen volken , naties en confessies, als wel tussen levensbeschouwingen, tussen verstand en fanatisme, tolerantie en hysterie – tot het uiterste vereenvoudigd: tussen goed en kwaad.”

Wij kunnen er in het onderwijs nooit te vroeg over beginnen.

En toen?
De Buitenkamer wil met dit initiatief/manifest de volgende doelen bereiken:

  • We willen in gesprek komen met deskundigen c.q. geïnteresseerden die de noodzaak onderschrijven om ethiek en integriteit weer een prominente plaats is het onderwijs te geven.
  • Een platform bieden aan alle betrokkenen waar gedachten kunnen worden gedeeld over het stimuleren van ethiek in het onderwijs. Dit zal leiden tot een ‘Ethics & Education Network’ dat waar mogelijk aansluiting zoekt bij bestaande initiatieven
  • Een platform zijn waar kennis wordt gedeeld over initiatieven, activiteiten, producten, tools en curricula die kunnen bijdragen aan implementatie van ethiek en integriteit in het onderwijs

Dat willen wij doen door:

  • Allereerst dit document te voorzien van een makkelijke te verspreiden ‘teaser’
  • Vervolgens dit initiatief/manifest te delen met betrokken in onze diverse netwerken. En hen daarbij te vragen het document zo breed mogelijk onder mede betrokkenen te verspreiden
  • Gekoppeld aan onze website een kennisplatform te ontwikkelen dat een open karakter heeft en waar activiteiten, tools en curricula kunnen worden gedeeld.
  • In het najaar van 2017 organiseren we een seminar over het onderwerp. We verwachten de kosten daarvoor te kunnen dekken door gebruik te maken van de faciliteiten van betrokken instellingen (zowel vanuit onderwijsinstellingen als privaat)  
  • Als het platform eind 2017, dus na een eerste evaluatie van seminar en kennisnetwerk over voldoende draagvlak blijkt te beschikken, gaan we begin 2018 op zoek naar een professionele partij die de exploitatie van het platform kan continueren

Graag vernemen wij van u of u dit initiatief steunt en of u bereid bent energie te stoppen in het bereiken van onze doelen.

Informatie te verkrijgen bij Lourens Posthumus,

De Buitenkamer.

Email: ljposthumus@ziggo.nl